Nieuws
Ontwikkelingssamenwerking geen gemeentelijke opdracht
20 september 2011
Tijdens de gemeenteraad werd de
convenant voor ontwikkelingssamenwerking goedgekeurd, althans door de
meerderheidspartijen. Aan de omvang van het werkstuk te zien, leek er wel behoorlijk
wat tijd aan te zijn gespendeerd. Wat het Vlaams Belang betreft, is het
verloren tijd, en zijn het dus ook nutteloze kosten.
Jan Van Gorp bleef er tijdens de raadszitting bij dat
ontwikkelingssamenwerking geen, en al zeker geen prioritaire gemeentelijke
opdracht is. Ontwikkelingssamenwerking dient georganiseerd te worden op een
heel ander niveau dan het gemeentelijke. Vanuit de stad is het gewoonweg
onmogelijk om een echte samenwerking, laat staan enige efficiënte hulp, op te
zetten die een oplossing of zelfs maar enig soelaas zou bieden aan die mensen voor
wie ze zogezegd bestemd is. Er mag ernstig getwijfeld worden aan het nut en de
resultaten van dit hele opzet.
Maar als alles wat in het convenant
staat wordt uitgevoerd, zullen we wel overstelpt worden met zogenaamde
sensibiliserende acties, met artikels in het stadsmagazine en op de webpagina,
met lezingen, met werkwinkels en inleefateliers, met persberichten en met
allerhande andere zogezegd informerende en activerende evenementen. En in een
moeite wordt van ontwikkelingssamenwerking
en duurzame ontwikkeling een potje gemaakt, en worden er bij dit convenant ook
zaken betrokken die eigenlijk alleen in een milieuactieplan thuishoren.
De hoeveelheid middelen die wordt
besteed aan zogenaamde informatie begint meer en meer de vorm aan te nemen van
regelrechte indoctrinatie. De overheid gaat als ‘t ware dicteren hoe mensen
moeten denken. En als we in het voorgestelde document ook nog eens voortdurend
lezen over “voldoende ambtelijke vrijstelling…” en
“voldoende financiële vrijstelling…” beginnen we ons ernstig vragen te stellen
over de financiële gevolgen van dit hele ding. Dat een gedeelte van die middelen
wordt gesubsidieerd doet niets ter zake. Of de middelen nu van de gemeente, de
provincie, het gewest of van het federale niveau komen, is onbelangrijk. In elk
van die gevallen blijft het de burger die betaalt.
En dat allemaal om ons toch maar duidelijk
te maken dat de schuld voor alles wat misloopt in de ontwikkelingslanden bij
‘het Westen’ ligt. Want daar gaat het in feite om. Daar is het in dit convenant
nog maar eens om te doen. De hele sensibilisatie heeft tot doel de burger te
doen instappen in de visie zowel van linkse of beter gezegd linkselende
wereldverbeteraars als van bepaalde commerciële organisaties, en met name Oxfam
en Max Havelaar. Zij proberen ons al langer,
en zelfs met enig succes, een
schuldgevoel aan te praten dat het westen aan de basis zou liggen van alles wat
er fout gaat in de derde wereld.
De realiteit is wel wat
ingewikkelder: de onderontwikkeling van
een land heeft meerdere oorzaken, maar in de allereerste plaats het beleid dat in
het land zelf wordt gevoerd (maar even reëel, is dat het maagdelijke imago, dat
organisaties als Oxfam en Max Havelaar zich aanmeten, helemaal niet zo
maagdelijk is en al te dikwijls al werd doorprikt).
Het convenant mag dan al een behoorlijk
gestructureerd document zijn, en
misschien is het door sommigen van de opstellers allemaal zelfs heel
idealistisch en goed bedoeld, hoewel ik zelfs daarover toch m’n bedenkingen
heb, maar
Jan Van Gorp twijfelt
ernstig aan de resultaten. En om principiële redenen en omwille van
fundamentele bezwaren kon het Vlaams Belang deze convenant dan ook niet goedkeuren.